Informatie over Nissan 200
De voorloper van de Nissan 200 komt in 1975 in Japan op de markt
De Japanse autofabrikant Nissan zette met de Nissan 200 de traditie voort van de coupés uit zijn S-serie die midden jaren ‘70 nog onder de oude merknaam Datsun gebouwd werden. De fastback coupés werden tot 1979 buiten de Japanse markt onder de typebenaming 200 of 200 SX aangeboden. Deze typebenaming was afgeleid van zijn cilinderinhoud van 2,0 liter. De opvolgers kregen ook de benaming Nissan 200, ook de modellen uit de bouwserie met een andere cilinderinhoud. In Europa brachten de Japanners de coupé vanaf 1983 officieel als Nissan Silvia op de markt. De duidelijk eleganter vormgegeven opvolgercoupé van de eerste Nissan 200 werd van 1979 tot 1983 met een 2,2 liter motor aangeboden. Deze had een prestatievermogen van 76 kW (103 pk) en bracht de coupé tot een maximumsnelheid van 175 km/u.
In 1983 wordt de Nissan 200 in Europa gepresenteerd
De fabrikant introduceerde de bouwserie Silvia pas begin 1983 in de Europese landen. De flink veranderde Nissan 200 van de nieuwe S12-generatie werd hier tot 1988 als coupé aangeboden. Hij werd aangeboden met een 2,0 liter motor met een prestatievermogen van 90 kW (122 pk) evenals met een 1,8 liter turbomotor met 107 kW (145 pk). Het topmodel uit de serie beschikte over een zescilindermotor met een cilinderinhoud van 3,0 liter en een prestatievermogen van 118 kW (160 pk). In deze modelgeneratie werd de Nissan 200 voor het eerst uitgerust met de inklapbare koplampen die tot 1993 zijn handelsmerk bleven.
De Nissan 200 als coupé en cabriolet
In 1989 presenteerden de Japanners in de bouwserie S13 de opvolgende generatie van de Nissan 200. Terwijl op andere buitenlandse markten ook een cabrioversie van de Nissan 200 geïntroduceerd werd, beperkte de fabrikant zich in Europa voorts op de coupé met fastback. Deze kreeg in de nieuwe generatie een turbogeladen 1,8 liter motor met een prestatievermogen van 124 kW (169 pk). Daarmee haalde de Nissan 200 een maximumsnelheid van 220 km/u. De coupé met de op ogen lijkende koplampen accelereerde in 7,5 seconden van nul naar honderd kilometer per uur. Na een modelonderhoud in 1991 kreeg de Nissan 200 een ronder ogende voorkant. Het model bleef in Europa tot 1993 in deze vorm op de markt.
Een nieuw design zonder koplampen die op ogen lijken
In de in 1993 geïntroduceerde derde generatie van de bouwserie S14 veranderden de Japanners de Nissan 200 grondig. Een wigvormigere voorkant met smalle koplampen in plaats van de vroeger gebruikte koplampen die eruit zagen als ogen bepaalden het nieuwe design. De 2,0 liter versie van de coupé werd aangeboden met twee verschillende motoren. Het basismodel beschikte over een viercilinder lijnmotor met 118 kW (160 pk). Hiermee kon de Nissan 200 een topsnelheid van maximaal 210 km/u bereiken. Als alternatief was er een motor met turbolading en een prestatievermogen van 162 kW (220 pk). Hiermee had de auto een prestatievermogen van 235 km/u. In de twee laatste bouwjaren van de tot 1998 geproduceerde S14-bouwserie werd het optreden van de coupé vanuit dynamisch oogpunt vernieuwd. De auto kreeg toen nog smallere koplampen en een forsere achterkant met meer uitgesproken bumpers.
De laatste coupés en cabrio’s rollen in 2002 van de band
De laatste generatie van de Nissan 200 werd in de bouwserie S15 in 1999 op de markt gebracht. De ontwerpers gaven de coupé een nog dynamischer ogend uiterlijk met een imposante voorkant en koplampen met gebogen lijnen. In de basisuitvoering was de Nissan 200 met een 2,0 liter motor uitgerust. Deze had een prestatievermogen van 121 kW (165 pk). De turboversie had een prestatievermogen van 184 kW (250 pk). Nieuw in deze generatie was een optioneel verkrijgbare zesversnellingsbak, deze behoorde in het turbomodel wel tot de standaarduitrusting. Voor Japan en enkele buitenlandse markten werd de Nissan 200 ook als cabriolet met neerlaatbaar stalen dak aangeboden. In 2002 beëindigden de Japanners de productie van de Nissan 200.