De betekenis van de waarschuwingslampjes op uw dashboard

overige-autotechnologie
Op het dashboard ziet u een waarschuwingslampje branden en u heeft het instructieboekje van uw auto niet bij de hand. Dan biedt dit document(PDF) de oplossing: een beknopt overzicht van de belangrijkste waarschuwingslampjes met de bijbehorende handelingen. Praktisch voor in het handschoenenvakje.

Ten eerste wijzen we u erop dat bij het starten van de auto alle waarschuwingslampjes tijdelijk op dienen te lichten. Mocht dit niet het geval zijn, dan raden wij u aan de oorzaak hiervan te achterhalen bij een autogarage.
Let op dat de symbolen in de onderstaande afbeeldingen af kunnen wijken van de lampjes op uw dashboard. Ze kunnen namelijk per automerk of model verschillen. Blijf rustig en raak niet in paniek. Waarborg te allen tijde uw eigen veiligheid, die van uw passagiers en medeweggebruikers. Niet bij ieder brandend lampje moet u de auto direct aan de kant zetten of naar de dichtstbijzijnde garage rijden.
De kleurcode van de waarschuwingslampjes komen overeen met die van een stoplicht. Bij rood of knipperende lichtjes dient u direct te handelen: zet de auto aan de kant en zet de motor af. Eventueel kunt u uw reis niet voortzetten. Geel of oranje betekent dat er spoedig gekeken moet worden naar een storing of defect, maar er dreigt geen acuut gevaar. Groen verzekert u ervan dat een systeem naar behoren werkt.

Rood Direct handelen
Geel/Oranje Spoedig de auto laten controleren
Groen Systeem werkt naar behoren
Wit Aanbeveling en aanwijzing
Blauw Groot licht staat aan

 

De kleur blauw geldt alleen voor de indicatie dat het groot licht aan staat. Aanbevelingen en aanwijzingen worden meestal met een wit licht aangegeven.

Storing remsysteemStoring in het remsysteem
  • Er is iets mis met de remmen. Het waarschuwingslampje brandt – soms in combinatie met een waarschuwingstoon – als de handrem is aangetrokken. Controleer of de handrem nog aangetrokken is.
  • Blijft het lampje branden dan kan het een indicatie zijn dat het remvloeistof niveau te laag is. Stop de auto, zet de motor af en laat deze afkoelen om brandwonden te voorkomen. Controleer het remvloeistofpeil en vul indien nodig bij. Is het remvloeistofpeil correct? Dan kan dit ook duiden op versleten remmen.

Stop direct en bel met de wegenwacht of een autogarage.

Accu storingAccu storing
  • Er is een storing of defect in het laadstroomcircuit. Dit kan aan de accu, dynamo of de regelaar liggen. Bezoek een autogarage om uw auto te laten onderzoeken.
  • Wanneer u onderweg bent, raden wij u aan de auto aan de kant te zetten en de wegenwacht te bellen.
MotoroliedrukMotoroliedruk
  • Dit symbool duidt erop dat de oliedruk te laag is. Zet uw auto stil op een veilige plaats en zet de motor af en wacht tot deze is afgekoeld. Controleer het olieniveau. Bij de meeste auto’s licht dit waarschuwingslicht voortijdig op en kunt u nog naar de dichtstbijzijnde tank of autogarage rijden.
  • Blijft het licht branden, ook na het controleren van het oliepeil, contacteer dan een gekwalificeerde autogarage of bel met de wegenwacht.
KoelvloeistofKoelvloeistof
  • De motor van uw auto wordt niet voldoende gekoeld. Zet de motor uit en laat deze afkoelen. Pa op: gevaar voor brandwonden! Nadat de auto is afgekoeld kunt u het niveau van het koelvloeistof controleren.
  • Controleer het instructieboekje van uw auto welke koelvloeistof geschikt is voor uw auto.
  • Zoek een autogarage op wanneer het waarschuwingslampje blijft branden.
AirbagAirbag
  • De sensoren of de regelapparaten ondervinden een storing. Ook de airbags kunnen defect zijn. Bezoek z.s.m. een autogarage om de veiligheid van u en uw medepassagiers te waarborgen. Rijd voorzichtig!
  • Het waarschuwingslampje brandt ook wanneer de zijairbags een storing ondervinden.
  • Heeft u de airbag functie uitgeschakeld voor een kinderzitje, dan is het normaal dat dit waarschuwingslampje brandt.
Motor managementMotor management
  • Er is een storing in de emissieregeling of een motorstoring. Bezoek z.s.m. een autogarage. Verminder snelheid en rijd voorzichtig. Het vermogen van uw auto kan afnemen bij deze storing.
ESC/ASR-waarschuwingslampjeESC/ASR-waarschuwingslampje
  • Als het lampje knippert, dan is het ESC/ASR-systeem (elektronische stabiliseringscontrole/antislipregeling) actief. Rijd in dit geval voorzichtig verder: rem niet hard en maak geen abrubte stuurbewegingen.
  • Wanneer het lampje permanent brandt, dan ondervindt het ESC/ASR-systeem een storing. Rijd voorzichtig naar een autogarage. Wees extra alert bij glad weer.
BandenspanningBandenspanning
  • De bandenspanning van één of meerdere banden is te laag. Rijd voorzichtig naar een veilige plaats om uw auto stil te zetten. Vermijd hard remmen en abrupte stuurbewegingen. Controleer de bandenspanning en pomp de banden op tot de gewenste spanning is bereikt.
  • Zijn de banden op spanning en blijft het lampje branden? Bezoek een autogarage om de oorzaak te achterhalen.
ABSABS
  • Het anti-blokeersysteem ondervindt een storing of is defect. Dit kan gepaard gaan met het ESC/ASR-systeem. Het remgedrag van uw auto kan anders zijn. Rem daarom voorzichtig en met lage snelheid. Wees extra voorzichtigheid bij glad weer. Bezoek direct een autogarage om de oorzaak vast te leggen.
StuurbekrachtigingStuurbekrachtiging
  • Er is een storing met betrekking tot de stuurbekrachtiging. Het sturen kan hierdoor zwaarder zijn. Bezoek een autogarage om de storing te verhelpen.
Laat uw auto regelmatig controleren bij een autogarage om pech en schade te voorkomen. Overigens worden de waarschuwingslampjes bij de APK op functionaliteit gecontroleerd.
Wij wensen u een fijne reis!
Naar boven