Ga naar hoofdinhoud

Nieuw design – vertrouwde functionaliteiten

Ontdek nu ons nieuwe design, die we stap voor stap gaan implementeren.

Lees meer

Nog één ding...

Bedankt dat je deel uitmaakt van de testgroep die als eerste de sneak previews te zien krijgt. Je zult nog een paar kleuren zien, zodat we jouw feedback kunnen gebruiken voor ons definitieve ontwerp.

Geniet, maar sprint met mate: de Porsche Cayman GT4 is zwaar verslavend

Ken je die achtbaanangst? Dat drukkende gevoel in je maag als jouw karretje langzaam die eerste helling opgetrokken wordt? En daarna die schreeuwende paniek als je recht naar beneden stort? Wij wel. Want wij hebben een week in de Porsche 718 Cayman GT4 mogen sturen.

"Je hebt altijd baas boven baas, hè", hoor ik op het moment dat ik weer in de Cayman GT4 stap. De stem komt van achter mijn rug, waar ik eerder een donkergrijze Porsche 911 Carrera 4S van de 997-generatie heb gespot. De eigenaar – ergens in de veertig, donkerbruin krulhaar, driedagenbaardje – staat mij toe te lachen met zijn contactsleutel in de hand. Hij steekt een duim omhoog en laat zich in de cockpit van zijn Neunelfer zakken.

Ik probeer net zo soepel te gaan zitten als hij, maar wordt geconfronteerd met de harde, hoge wang van de Cayman GT4-sportkuip. Ik betrap mezelf erop dat ik hardop steun en kreun. Zou ik vanavond een blauwe plek op mijn rechterbil hebben? Met links draai ik de sleutel in het contactslot van ‘mijn’ Porsche. In de binnenspiegel zie ik dat mijn kompaan in de 911 op me staat te wachten. Hij heeft het raam aan de bestuurderskant geopend.

Ik begrijp de hint en stuur richting de oprit naar de A2 (ik was bij het Shell-tankstation bij Breukelen gestopt voor een flesje water). De atmosferische zescilinder achter mijn stoelleuning zaagt er lustig op los - totdat mijn rechtervoet naar de vloer gaat. De naald van de toerenteller krijgt een schop en begint meteen te klimmen. Tot 4000 toeren is de Cayman GT4 vlug, daarboven wordt hij snel: 5000, 6000, 7000, 8000 toeren … De ijzingwekkende huil van de boxermotor gaat door merg en been.

Mijn 911-maatje volgt en moet – net als ik – aan het einde van de invoegstrook hard in de remmen. Gezamenlijk sluiten we aan in de trajectcontrole richting Amsterdam. Hij blijft vlak achter me rijden en pakt – foei toch! – zijn telefoon erbij om foto’s te maken. Bij Holendrecht slaat de man af. Op de uitvoegstrook komt hij naast me rijden: autoliefhebbers en Porsche-rijders onder elkaar. Ik krijg een duim en een lach. En daarna is hij weg. Onze kortstondige bromance is voorbij. 'Kkkkggggg!' gaat de frontsplitter van de Cayman GT4

Het leven met een Cayman GT4 zit vol met dat soort momentjes: goedkeurende blikken, vriendelijke handgebaren, opgetrokken mondhoeken. Voorbijgangers en medeweggebruikers lijken de Porsche – ondanks zijn agressieve uitmonstering – sympathiek te vinden. Ik had bijvoorbeeld verwacht dat zijn Indischrode lak als een lap op een stier zou werken, maar nee… Het effect is meer dat van een rode jurk op een bevallige dame. Die trekt ook positief de aandacht.

Persoonlijk vind ik de GT4 een stuk fraaier dan de reguliere Cayman-modellen. Zijn oversized achterspoiler – potsierlijk op andere auto’s – past hem goed en maakt de aflopende achterzijde van de Cayman minder iel. Daarbij helpt natuurlijk ook de forse diffuser, met links en rechts een uitlaat en een knoeperd van een venturitunnel in het midden. Fuchs-achtige 20-inch wielen en prominente luchtscoops op de flanken maken het plaatje af.

Praktisch zijn sommige aerodynamische verbeteringen niet. Zo dacht ik even heel cool naar de Albert Heijn te gaan met de GT4, maar bij het inrijden van de parkeergarage werd me al snel duidelijk dat ik niet zonder geschraap bij de slagboom weg zou kunnen komen. De Cayman is zó laag en zijn splitter steekt zó ver voor de neus uit, dat verkeersdrempels en parkeergarages aanvoelen als onneembare vestingen.

Toch moest ik boodschappen doen, dus zette ik mijn tanden op elkaar en ging ik ervoor. Voorzichtig met het gas, nóg langzamer dan stapvoets rijden en proberen niet recht van de helling af te komen, maar schuin. Kkkkggggg! Ik kromp ineen. Niet van schaamte, maar van plaatsvervangende pijn. Het geluid echode van de kaartjesdispenser naar de ingang van de Albert Heijn. Ik deed alsof er niets aan de hand was en pruttelde door naar een parkeervak.

'Wooaaawwww, shit!'-gevoel bij 8000 toeren

Het zal duidelijk zijn: de Cayman GT4 is eigenlijk niet bedoeld voor dagelijks gebruik. Hij heeft geen liftsysteem op de vooras en mist ook geluidsisolatie. Op de snelweg is het alsof er een vrachtwagen op je bumper zit. Het dwingende gedreun van de atmosferische zescilinder komt van vlak achter je rechteroor, waar onder een afdekplaat geen brandstofmotor lijkt te liggen, maar Edgar Allen Poe’s Tell-Tale Heart. Sommige mensen zullen er gek van worden.

Voor de enige lol die je op de snelweg kunt hebben, moet je er even vanaf. Ik stopte in mijn Cayman GT4-week zo vaak mogelijk bij tankstations en parkeerplaatsen, want die hebben dikwijls zo’n mooie lange aanloop terug de snelweg op. Dan zette ik de Porsche in zijn twee, greep ik het stuur stevig vast en spande ik mijn nekspieren. ”T-Minus five seconds”, klonk mijn innerlijke stem in onvervalst Amerikaans Engels. Nog even wachten dus. ”Five, four, three, two, one. We have liftoff!”

Dat ik de vergelijking maak met een raketlancering komt niet uit de lucht vallen. Nou ben ik nog nooit als astronaut in de derde trap van een Saturnus 5 ingesnoerd, maar ik kan me zo voorstellen dat een lancering vanaf Cape Canaveral een beetje aanvoelt als een sprint in de GT4. Doordat de Cayman niet over een turbomotor beschikt, mis je die duw in de rug als de compressor op stoom komt. Wat je wel meemaakt is één lange, steeds maar toenemende acceleratie, die ergens in de stratosfeer eindigt.

En met stratosfeer bedoel ik dan de hogere regionen van het toerenbereik. Weliswaar heeft de GT4 niet de ultralange adem van de Porsche 911 GT3 en GT3 RS (die pas bij 9000 toeren in de begrenzer blèren), maar met een rode lijn bij 1000 toeren minder hoeft hij zich niet te schamen. ‘Geniet, maar sprint met mate’, zou er op de Cayman moeten staan, want zijn versnelling is zwaar verslavend. Met name dat ‘wooaaawwww, shit!’-gevoel als je bijna bij de 8000 toeren bent, is onweerstaanbaar.

Zoals in de boeken van Michel Vaillant: 'Vrooaaarrrr!'

De Cayman GT4 komt eigenlijk het beste tot zijn recht op het circuit. Hij is de hardcore ‘lichtgewicht’ variant van de Cayman, met een setje stijgerpijpen als rolkooi achterin en van die kekke lusjes om de portieren mee open te maken. Ik schrijf ‘lichtgewicht’ met opzet tussen haakjes overigens, want met een wagengewicht van 1420 kilo is hij 15 kilo zwaarder dan de vergelijkbaar gemotoriseerde Porsche Cayman GTS 4.0.

Weet je wat? Misschien moet ik mijn eerdere opmerking over het circuit uitbreiden: de Cayman GT4 komt eigenlijk het beste tot zijn recht op de racebaan én op bochtige buitenwegen. Wegen waarvan we er in Nederland helaas maar weinig hebben, maar die vlak over de grens in België en Duitsland een stuk dikker gezaaid zijn. Op zo’n 300 kilometer van Utrecht leiden ze in de Eifel naar de beruchte Nordschleife van de Nürburgring.

De Groene Hel – zoals de legendarische omloop wordt genoemd – is tricky, maar de Cayman is dat in de basis beslist niet. Met alle elektronische waakhonden op scherp is hij welhaast idiot proof. Hoe onbehouwen je ook aan het stuurwiel trekt en op het gas stampt, de Porsche blijft volharden in veilig onderstuur. Je moet hem alleen niet uitdagen als de digitale oogjes in het zeil wegkijken, want dan zet de GT4 flinke stappen opzij.

Maar ik moet het niet erger maken dan het is. Als je de Cayman provoceert, geeft hij je gewoon een waarschuwingsveeg. Een beetje zoals een poes, die uithaalt zonder nagels, omdat hij nou ook weer niet zó geïrriteerd is. In die zin is de GT4 spannend en spectaculair, maar te allen tijde voorspelbaar. Als een goede actiefilm dus. Of toepasselijker: een stripboek van Michel Vaillant. Want ook al is de GT4 al lang weer terug bij Porsche, in mijn hoofd ga ik nog steeds naar 8000 toeren. Vrooaaarrrr! Geniet, maar sprint met mate: de Porsche Cayman GT4 is zwaar verslavend

Conclusie: wat vinden we van de Porsche Cayman GT4?

Deze Porsche Cayman is een auto om hopeloos verliefd op te worden. En zoals je door een roze bril de gebreken van je beminde niet ziet, bedek je ook de onvolkomenheden van de GT4 graag met de mantel der liefde. Ja, hij is luid, onpraktisch, weinig comfortabel, maar als je eenmaal in zijn koolstof kuipstoel zit, kun je pardoes niet meer rationeel nadenken. Je wilt alleen maar meer: meer snelheid, meer toeren, meer lawaai, meer alles. Je wilt een Porsche Cayman GT4.

porsche-cayman-gt4-2020-40-2

Klaar voor de volgende stap?

Alle artikelen

Eerste review: Porsche 911 Turbo S (2020)

Autotests · Porsche

Test: Porsche 718 Cayman GTS 4.0

Autotests · Porsche

De Porsche Taycan raakt ons in het liefhebbershart

Autotests · Porsche
Ontdek meer