Triumph tweedehands & goedkoop via AutoScout24.nl kopen

Vind uw droomvoertuig

Aanbod voor uw zoekopdracht

Aanbod voor uw zoekopdracht

Tweedehands Triumph: een afspraak met de geschiedenis

Bij de jongere generatie zal hij misschien niet zo bekend zijn, maar her en der ziet men de originele Triumph nog wel eens opduiken als tweedehands auto. Met een Triumph-wagen beschikt men dan ook gegarandeerd over een uitzonderlijke, unieke tweedehands. Bouwer is Triumph Motor Company, die al werd opgestart in 1885. In oorsprong is dit een Brits bedrijf, dat later ook zou worden opgekocht door het bekende British Lelyland (waar uiteindelijk ook de MINI terechtkwam). Zo kwam het Triumph-merk vandaag meteen ook in handen van die andere gigant: de Duitse bouwer BMW.

Origine van het merk

1885 is het jaar waarin Siegfried Bettmann (1863–1951, afkomstig uit Neurenberg) S. Bettmann & Co opricht. Bettman is een Londense importeur van fietsen uit alle regio's van Europa. In Londen geeft hij zijn fietsen vervolgens een eigen merknaam mee: Triumph, wat uiteraard zoveel betekent als 'triomf' of 'triomferen'. Vanaf 1887 krijgt Bettmann de hulp van Moritz (Maurice) Schulte, eveneens een ingeweken Duitser. Vanaf 1889 beginnen de twee zakenlui hun eigen fietsen te produceren in Coventry, Engeland. Een kleine tien jaar later, in 1897, werd het bedrijf zo uiteindelijk herdoopt om zijn eigen producten aan te duiden: S. Bettmann & Co werd Triumph Cycle Co.

Motors

Een laatste stap richting wagenindustrie wordt gezet in 1902, wanneer het bedrijf naast fietsen ook motorfietsen begint te produceren. Aanvankelijk deed men hierbij een beroep op aangekochte motoren, geproduceerd door andere firma's. Snel succes maakte het echter mogelijk om ook zelf aan de bouw van een motor te beginnen. Hiervoor werd uiteindelijk een nieuwe werkplaats gebouwd, in een oude draaimolen in Priory Street. Tegen 1918 was het de grootste fabrikant van Groot-Brittannië. Een belangrijk aandeel hierin heeft een grote bestelling van de Model H 550 cc, geplaatst door het Britse Leger tijdens de Eerste Wereldoorlog.

10/20

De wagen doet zijn intrede in 1921. Dan weet algemeen zaakvoerder Claude Holbrook Bettmann te overtuigen om de Dawson Car Company op te kopen en zo over te gaan tot de productie van een wagen en een 1,4 liter motortype. Beiden krijgen de naam Triumph 10/20 mee en worden ontworpen door Lea-Francis. De productie en verkoop blijven echter gemiddeld. Een vaste voet op de markt krijgt het merk zo pas in 1927, met de introductie van de Super 7, waarvan de verkoop de pan uit swingt tot in 1934.

Triumph Motor Company

Daarvoor al, in 1930, duikt voor het eerst de naam Triumph Motor Company op, die ook de motor en de wagen in de bedrijfstitel moet representeren. Holbrook beseft al snel dat zijn kleine fabriek niet op kan tegen de grotere wagenmerken en besluit daarom vooral in te spelen op de exclusiviteit en de hoge luxegraad van zijn wagens. Modellen als de Southern Cross en de Gloria zijn voorbeelden van deze tactiek. Met de nieuwe naam verdwijnen uiteindelijk overigens ook de fietsen en motorfietsen uit het assortiment van de fabrikant. Vanwege financiële problemen worden deze divisies in 1936 verkocht. In 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, moet het resterende bedrijf er ook aan geloven. Het wordt opgekocht door Thomas W. Ward Ltd., maar de oorlog belemmert productie en in 1940 worden de gebouwen zelfs platgebombardeerd.

Standard Motor Company

In november 1944 wordt wat overblijft van Bettmanns project opgekocht door de Standard Motor Company. Het is de geboorte van de Triumph Motor Company (1945) Limited, een nieuwe subdivisie van Standard. Standard staat dan vooral bekend als motorfabrikant en bedient onder andere Jaguar. Na een ruzie met deze fabrikant probeert Standard echter de concurrentie aan te gaan. Standard slaagt daarbij resoluut een nieuwe weg in en keert niet meer terug naar de vooroorlogse Triumph-modellen. De eerste Standard Triumph is de Roadster. Hij heeft een aluminium body en zijn motor is ook terug te vinden in de 1800 Town en Country saloons (later de Renown genoemd). De Mayflower, een lichte saloon, krijgt later dan weer een soortgelijke styling mee als de Roadster. De Roadster zet zo dus lange tijd de lijnen uit voor de Standard Triumphs.

Het einde

In 1968 komt het merk na een aantal samenvoegingen terecht onder het dak van de nieuw gevormde British Leyland Motor Corporation. De wagen komt er min of meer op een zijspoor terecht, in de Land Rover divisie, waar uiteindelijk enkel de Spitfire verschijnt. De laatste der Triumphs die in deze hoedanigheid van de band rolt is de Acclaim van 1981. Het is een medium-size familiewagen met voorwielaandrijving, die eigenlijk een 'rebadged' Honda Ballade is. De Acclaim vervangt de Dolomite van de jaren 70. Na 1981 was het de enige wagen die nog met de Triumph-badge rondreed. Hij is ook van belang in die zin dat het de eerste Japanse wagen was die werd gebouwd in de Europese Unie (toen nog EEG, Europese Economische Gemeenschap). Hiermee werd het invoerquotum van 11% (op buitenlandse export van wagens) omzeild. De Triumph-naam verdwijnt helemaal wanneer de Acclaim vervangen wordt door de Rover 200, een rebadged Honda Civic. British Lelyland heet dan alweer Austin Rover Group. Samen met de Morris (MINI) verdwijnt zo ook het Triumph-merk.

BMW

In 1994 wordt de Rover groep opgekocht door BMW. Opvallend genoeg staat BMW erop het Triumph-merk te behouden wanneer het de rest van de groep doorverkoopt aan het Phoenix Consortium. Net als Riley en MINI overleeft zo het Triumph-brand tot vandaag. Dit voedt uiteraard geruchten als zou BMW nog iets van plan zijn met het merk. Eind 2007 verscheen in die zin een artikel in het toonaangevende automagazine Auto Express. In het artikel werd zelfs een foto getoond van hoe een nieuwe versie van de TR4 eruit zou gaan zien. BMW heeft hierop officieel nog geen commentaar gegeven.

Tweedehands Triumph

Een ding is alvast wel zeker: met tweedehands Triumphs haalt men sowieso een boeiend stuk autogeschiedenis is huis. Als tweedehands auto zijn met name de Acclaims nog steeds geliefd. Voor British Lelyland betekenden zij indertijd dan ook een nieuw record: dat van het minste garantievragers. Kwaliteit roest niet.