Informatie over Volvo C30
In 2006 wordt de Volvo C 30 als nieuw compact model gepresenteerd
Vanaf 1975, na de overname van de autoproductie van de Nederlandse fabrikant DAF, breidde de Zweedse autoconstructeur Volvo zijn modelcollectie uit met kleine en compacte auto’s. Toch werden de Zweden nog lang vooral gezien als specialisten op het gebied van grote sedans en combi’s met een hoge veiligheidsstandaard. Ook de modellen van de in 1976 geïntroduceerde Volvo 300-serie veranderden daar in eerste instantie weinig aan. Pas met de tien jaar later ontwikkelde 400-serie lukte het de producent om met kleinere sedans een plaats in de compacte middenklasse te veroveren. Hiermee werd ook de basis gelegd voor de Volvo S 40 en Volvo V 40 die vanaf midden jaren ’90 als sedans en combi’s aangeboden werden. Daarentegen mislukte de poging om met de Volvo 480, een compact model dat tussen 1986 en 1995 gebouwd werd, langdurig een plek op de markt te veroveren. Er ontstond een gat in de collectie dat pas in 2006 weer gedicht werd met de nieuwe Volvo C 30 uit de compacte middenklasse.
De Volvo C 30 brengt een extravagant design in de compacte middenklasse
De Volvo 480 viel als voorganger van de Volvo C 30 al op door zijn design. Het design met de inklapbare koplampen en een afzonderlijk te openen grote achterruit zorgde voor een bepaalde extravagantie en moest bewust aan de legendarische Volvo P1800 ES uit de jaren ’70 herinneren. De Volvo P1800 ES was een coupéachtige combi met veel glas, hij werd in Duitsland dan ook bekend als ‘Sneeuwwitjes doodskist’. Een grote naar beneden uitstrekkende achterruit werd ook het handelsmerk van de Volvo C 30. Van voren gezien is de sedan met haar rechthoekige koplampen en het smalle radiatorrooster een typische Volvo van deze tijd. Maar de schuin afhellende glazen achterruit had wel een praktisch nadeel: voor bagage en vracht had de kofferruimte van de Volvo C 30 een volume van slechts 251 liter ter beschikking.
De benzinemotoren van de Volvo C 30
De Volvo C 30 werd in zes verschillende benzineversies aangeboden met een cilinderinhoud van 1,6 tot 2,4 liter. Daaronder was ook een model met een cilinderinhoud van 1,8 liter. Deze was geconstrueerd voor gebruik met superbenzine of bio-ethanol. Het goedkoopste model was de Volvo C 30 met een 1,6 liter motor. Deze had een prestatievermogen van 74 kW (100 pk) en bracht de voorwielaangedreven sedan tot een maximumsnelheid van 185 km/u. Het gemiddelde brandstofverbruik lag volgens de producent op 7,0 liter (167 g/km CO2). De sportieve 2,4 liter motor beschikte over 125 kW (170 pk) en bracht de Volvo C 30 tot een maximumsnelheid van 220 km/u. In combinatie met een versnellingsbak consumeerde de sportmotor gemiddeld 8,4 liter (200 g/km CO2). Het topmodel met turbo-oplading presteerde nog beter met een vermogen van 169 kW (230 pk) en een maximumsnelheid van 240 km/u. Het brandstofverbruik lag op 8,7 liter (203 g/km CO2).
De dieselmotoren van de Volvo C 30
Het zuinigste model van de Volvo C 30 werd als 1,6 liter diesel met een automatisch start-stopsysteem aangeboden. Hiermee had de sedan een brandstofverbruik van 3,9 liter. Dit komt overeen met een CO2-uitstoot van 104 g/km. Zonder de automatische motoruitschakeling had de 1,6 liter motor van de Volvo C 30 een gecombineerd brandstofverbruik van 4,5 liter (119 g/km CO2). De turbogeladen commonrail dieselmotor met 2,0 liter cilinderinhoud en 100 kW (136 pk) kwam op waarden van 5,7 liter en 151 g/km CO2. Het topmodel bij de diesels was een vijfcilinder turbodiesel met 132 kW (180 pk). Deze gaf de Volvo C 30 een maximumsnelheid van 225 km/u en accelereerde in 7,7 seconden van nul naar honderd km/u. In deze versie verbruikte de Volvo C 30 gemiddeld 6,2 liter diesel (164 g/km CO2).