Prijs en aanbod
Auto’s uit het bouwjaar 1973 bieden momenteel de beste balans tussen prijs en aanbod: de gemiddelde vraagprijs is € 69.950 en er zijn 5 beschikbare advertenties.
Bekijk hier de actuele prijzen voor de Jaguar E-Type : een overzicht en ontdek het beschikbare aanbod op AutoScout24 Lees verder
















Hier zie je de gemiddelde prijzen per bouwjaar en hoeveel advertenties er momenteel op AutoScout24 staan.
Laatste gegevensupdate: 28-10-2026
Auto’s uit het bouwjaar 1973 bieden momenteel de beste balans tussen prijs en aanbod: de gemiddelde vraagprijs is € 69.950 en er zijn 5 beschikbare advertenties.
Het grootste aanbod vind je momenteel bij auto’s uit bouwjaar 1963. Er staan 9 advertenties op AutoScout24.
| Bouwjaar | Gem. prijs | Advertenties |
|---|---|---|
| 1973 | € 69.950 | |
| 1972 | € 74.950 | |
| 1971 | Geen gegevens | 0 advertenties |
| 1970 | Geen gegevens | 0 advertenties |
| 1969 | Geen gegevens | 0 advertenties |
| 1968 | Geen gegevens | 0 advertenties |
| 1967 | Geen gegevens | 0 advertenties |
| 1966 | Geen gegevens | 0 advertenties |
| 1965 | Geen gegevens | 0 advertenties |
| 1964 | Geen gegevens | 0 advertenties |
| 1963 | € 104.500 | |
In de drie generaties van de E-type werden drie verschillende motoren gebruikt, niet per sé gelijklopend met de Serie. Eerst werd de XK I6 met zijn 3.8 liter gebruikt, geleend uit de XK150 en Mark II. Met zijn 3.781cc bracht dit blok, gekoppeld aan een handgeschakelde vierbak, 265 pk naar de achterwielen. In 1964 evolueerde de XK I6 naar 4.2 liter, wat de topsnelheid opvoerde naar 241 km per uur, een serieuze prestatie toen. Pas vanaf 1966 zou de 2+2 geleverd kunnen worden met een automatische versnellingsbak. In de laatste serie, Serie 3, zou een gloednieuw 5.3 liter V12-blok komen.
De Series 1 woog tussen de 1.256 en de 1.402 kg afhankelijk van de carrosserievariant. De 2+2 had een 9 inch langere wielbasis, die de 2.438mm van de FHC en OTS deden uitkomen op 2.667mm. Ook de lengte verschilde 9 inch, 4.453mm tot 4.685mm en 1.657mm breed. De hoogte varieerde ook tussen de 1.181mm en de 1.273mm om de lijnen van de auto mooi te laten uitkomen. De Series 1 +1/2 en 2 verschilden nauwelijks.
De Series 3 daarentegen was met zijn grote V12 opeens 1.525 en 1.533kg zwaar (resp. 2+2 en OTS). De wielbasis van de OTS en 2+2 verschilden niet meer en bleven op 2.667mm. De Series 3 won slechts 20mm in de breedte, maar kwam iets lager uit rond 1.676mm.
Niet al te lang na de lancering van de E-type begon Jaguar na te denken over manieren waarop het model kon worden verbeterd. Vanaf 1969 tot 1971 werd de Series 2 gebouwd, de tweede generatie van het model. Deze kreeg koplampen zonder glasbedekking, een aangepaste achterbumper, achterlichten die onder deze bumper kwamen, een groter radiatorrooster en verbeterde remmen. Ook het interieur werd aangepast met nieuwe bedieningshendels, airco als optie, stuurbekrachtiging en comfortabelere stoelen. De Series 3, de laatste uitvoering die werd ontwikkeld, werd gebouwd van 1971 tot 1974 en kreeg de nieuwe 5.3l onder de motorkap, verbeterde remmen en standaard stuurbekrachtiging. Een Series 3 herken je aan de “V12”-badge op de kofferbak, een ander radiatorrooster en omrande wielkasten.
De afgelopen jaren ging de prijzen van de E-types steeds verder omhoog omhoog. Een Series 1 valt ergens tussen de €100.000 en de €200.000 qua prijs. Een Series 2 is in grotere getalen gebouwd en is daarom goedkoper, te vinden tussen de €60.000 en €80.000. Een Series 3 kost je tussen de €60.000 en de €120.000.
De aerodynamische studie die uitvoerig werd gedaan bij het ontwerp van de E-type toont zich in de prachtige lijn. De spaakwielen zorgen voor extra stijl, zowel in chroom als in het zwart. De raampartijen maken de auto aan de binnenkant erg licht.
Het interieur van de E-type is zo luxe als zijn uiterlijk, het mooie aluminium met hout afgewerkte stuur, de dashboard knoppen en het kaartleeslampje dat je in andere auto’s mist. De stoelen zitten goed, en zijn van hoge kwaliteit.
Als ouder model heeft de Jaguar E-type uiteraard minder optimale veiligheidsopties dan auto’s die vandaag de dag worden gebouwd. Hou daar rekening mee als je overweegt voor een occasion van deze ietwat hogere leeftijd te gaan. In een nieuwe auto of een occasion uit de 21e eeuw zul je altijd veiliger de weg op gaan dan in een E-type.
Alhoewel de E-type de laatste jaren erg duur is geworden, was hij ooit ontzettend competitief geprijsd. Ook de modellen die ondertussen zijn ingehaald door de waarde van de E-type waren dus ooit duurder. Een aantal voorbeelden die dezelfde sportiviteit combineerden met de elegantie van de E-type waren de Jensen Interceptor, de Porsche 911, en de Aston Martin DB2
De E-type is een klasse auto. Als je je portemonnee ervoor trekt, koop dan de beste die je kan vinden voor je budget. Reparaties en losse onderdelen zijn niet goedkoop en niet iedere garage is even goed in de fijnafstelling van de SU carburatoren. Reken op een kostenplaatje van minstens enkele duizenden euro’s om de wagen helemaal goed op de weg te krijgen.
De E-type heeft een aantal (dure) eigenschappen die maken dat je je geen beginnersfouten wilt veroorloven met deze bolide. Wees bereid om flink veel geld te investeren in je droom op wielen.





